|

In bepaalde gevallen kan de politie bij het vaststellen van verkeersovertredingen overgaan tot de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs. Uiteraard kan dit niet bij elke soort van overtreding. We overlopen in deze post even de verschillende feiten die aanleiding kunnen geven tot de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs of het daarmee gelijkgesteld bewijs.

1. Rijden onder invloed van alcohol of van andere soorten


Wanneer wordt vastgesteld dat iemand onder invloed van drank of drugs rijdt, kan in de volgende gevallen het rijbewijs onmiddellijk worden ingetrokken :

  1. Wanneer de bestuurder of de persoon die hem begeleidt met het oog op het behalen van het rijbewijs een alcoholopname van tenminste 0,35 mg/l in uitgeademende alveolaire lucht vertoont en wanneer daarbij ook verkeersonveilig gedrag wordt vastgesteld.

  2. Wanneer de bestuurder of de persoon die hem begeleidt met het oog op het behalen van het rijbewijs :

    • ofwel in staat van dronkenschap verkeert
    • ofwel een alcholopname van ten minste 0,65 mg/l in uitgeademde alveolaire lucht vertoont
    • ofwel duidelijke tekenen van alcoholopname vertoont in het geval dat er omwille van een andere reden dan een weigering de ademtest noch de -analyse kunnen worden uitgevoerd
    • ofwel een speekseltest afleverde die een aanwezigheid van THC, Amfetamines,MDMA, Morfine of Cocaïne aanwijst
  3. Wanneer de bestuurder of de persoon die hem begeleidt met het oog op het behalen van het rijbewijs zonder wettige reden, een ademtest, een ademanalyse of een bloedafname weigert

  4. Wanneer de bestuurder of de persoon die hem begeleidt met het oog op het behalen van het rijbewijs zonder wettige reden weigert zich te onderwerpen aan een speekseltest of de bloedproef

2. Vluchtmisdrijf


Wanneer de bestuurder de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststelllingen te ontrekken :

  • ofwel bij een verkeersongeval met voor anderen verwondingen of de dood tot gevolg
  • ofwel bij het sturen in staat van dronkenschap door het gebruik van alcohol, drugs of geneesmiddelen
  • ofwel indien bij de bestuurder of de persoon die hem begeleidt met het oog op het behalen van het rijbewijs een alcoholopname van ten minste 0,35 mg/l in uitgeademde alveolaire lucht vertoont

3. Verkeersongeval te wijten aan een zware fout


Wanneer bij een verkeersongeval, dat klaarblijkelijk aan een zware fout van de bestuurder te wijten is, aan anderen ernstige verwondingen of de dood heeft veroorzaakt.

4. Rijden spijts verval van het recht tot sturen


Wanneer de bestuurder of de persoon die hem begeleidt met het oog op het behalen van het rijbewijs toch blijkt te rijden hoewel hij op dat moment een rijverbod lopen heeft en dit rijverbod betrekkin had op de categorie van voertuigen waarmee hij de overtreding beging en voor zover hij nog in het bezit van zijn rijbewijs is en nagelaten heeft dit bij de griffie in te leveren.

5. Ovetredingen vermeld in de uitvoeringsbesluiten


Indien de bestuurder één van de hierna vermelde overtredingen heeft begaan :

  1. Overschrijding van de maximaal toegestane snelheid :

    • binnen de bebouwde kom, zonde 30, schoolomgeving, woonerf of erf met meer dan 20 km/u voor voertuigen van meer dan 7,5 ton en autobussen of autocars en met meer dan 30 km/u voor andere voertuigen
    • op de andere wegen met meer dan 30 km/u voor voertuigen van meer dan 7,5 ton en autobussen of autocars en met meer dan 40 km/u voor andere voertuigen
  2. ongeacht de aarde van de weg wanneer de weersomstandigheden uitermate ongunstig zijn en de zichtbaarheid beneden de 100 meter is gedaald door mist of sneeuwval of sterke regenval : binnen de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf met meer dan 20 km/u voor alle voertuigen en op andere wegen met meer dan 30 km/u voor alle voertuigen

  3. de overtredingen van de vierde graad :

    • negeren van een bevel tot stoppen
    • het aansporen van de bestuurder tot overdreven snelheid
    • links inhalen bij het naderen van een top van een helling en in bochten wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is
    • het oversteken van een overweg wanneer de slagbomen naar beneden zijn, het rode knipperlicht brandt of het geluidssignaal werkt
    • het gebruiken van dwarsverbindingen op snelwegen, het keren, achteruitrijden of in tegengestelde richting rijden op snelwegen
    • het parkeren of laten stilstaan van een voertuig op een overweg
    • het houden van snelheids- of behendigheidswedstrijden op de openbare weg zonder toestemming
  4. Overtredingen van tweede of derde graad voor zover daarbij één of meerdere weggebruikers in gevaar zijn gebracht of de overtreding in gevaarlijke omstandigheden is begaan.

6. Tegenwerking vna de opsporing en van de vaststelling van overtredingen


7. Alcoholslot


Indien de geldigheid van het rijbewijs van de bestuurder beperkt is tot motorvoertuigen die uitgerust zin met een alcoholslot en de bestuurder een motorvoertuig bestuurt dat niet uitgerust is met een alcoholslot of niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.

Nog vragen ?