|

De laatste tijd wordt de politie regelmatig geconfronteerd met geweld tegen politiemensen. Om het toenemende geweld tegen politiemensen een halt toe te roepen heeft de minister van justitie in samenspraak met de parketten besloten om de aanpak danig te verstrengen en voortaan zo goed als elk geval van geweld te vervolgen voor de strafrechter.

Omzendbrief


De nationale omzendbrief (COL 10/2017 van 28 november 2017) van het College van procureurs-generaal regelde tot op heden de gerechtelijke afhandeling van de gevallen waarin geweld werd gebruikt tegen politiemensen. Deze richtlijnen gelden voor het ganse land.

“De richtlijnen in deze omzendbrief zijn nu nog scherper gesteld, meldt procureur-generaal Johan Delmulle, voorzitter van het College van procureurs-generaal. Op die manier wenst het College van procureurs-generaal een duidelijk signaal te geven dat de maat nu echt wel vol is en dat personen waarvan bewezen is dat zij geweld gebruikten tegen politieambtenaren correct maar streng zullen worden aangepakt.”

Strenge straffen


De wetgever heeft een duidelijk signaal gegeven door een strengere bestraffing in te voeren wanneer iemand opzettelijk lichamelijke letsels toebrengt aan een politieman in het kader van de uitvoering van zijn opdrachten.

De wet voorziet in strafverhogingen voor dergelijke feiten : conform artikel 280 e.v. Strafwetboek riskeren verdachten , afhankelijk van de inbreuk, celstraffen tot 5 jaar (of zelfs 20 jaar) en boetes tot 4.000 euro.

Strikt vervolgingsbeleid


Het is de taak van het Openbaar Ministerie om toe te zien op naleving van de wet. De nationale omzendbrief voorziet daarom in een strenge gerechtelijke reactie.

Dit strenge vervolgingsbeleid is er gekomen in het licht van onder meer de terrorismedreiging en de potentiële doelwitten die politiemensen zijn (geworden), maar ook als antwoord op de toenemende daden van agressie ten aanzien van onze politiemensen.

Het College van procureurs-generaal heeft op 24 november 2020 de omzendbrief van 2017 gewijzigd en daarin bijkomende dwingende richtlijnen opgenomen inzake de gerechtelijke afhandeling van feiten van ernstig fysiek geweld tegen politieambtenaren.

Wat verandert er concreet?


Volgens de bestaande richtlijnen opent het OM voor ieder feit van geweld tegen de politie steeds een strafonderzoek, meer concreet voor :

  1. Feiten waarbij een lid van de politiediensten een arbeidsongeschiktheid van meer dan 4 maanden heeft opgelopen of die hebben geleid tot diens overlijden, worden steeds voor de rechtbank gebracht.

  2. Feiten van fysiek geweld die hebben geleid tot een arbeidsongeschiktheid van 4 maanden of minder, of fysiek geweld zonder arbeidsongeschiktheid, of weerspannigheid, smaad en bedreigingen, worden vervolgd in functie van de zwaarwichtigheid. Voor ernstige of herhaalde feiten wordt de verdachte gedagvaard. In andere gevallen kan worden geopteerd voor een alternatieve afhandelingswijze, zoals bemiddeling en het opleggen van maatregelen, een minnelijke schikking, pretoriaanse probatie,… doch enkel in zoverre deze een ernstig, efficiënt en passend antwoord bieden op de gepleegde feiten.

Volgende bijkomende dwingende richtlijnen worden aan de bestaande omzendbrief toegevoegd:

wie verdacht wordt van opzettelijke slagen of verwondingen op politieambtenaren met ziekte of arbeidsongeschiktheid ten gevolge, of erger, en van zijn vrijheid is beroofd, zal voortaan in principe steeds voor de parketmagistraat moeten verschijnen en door hem verhoord worden alvorens die zijn beslissing tot invrijheidstelling of voorleiding voor de onderzoeksrechter met het oog op verdere aanhouding neemt. De parketmagistraat kan ook beslissen onmiddellijk de verdachte voor de onderzoeksrechter te laten voorleiden. Een dossier lastens een verdachte van opzettelijke slagen of verwondingen op politieambtenaren met ziekte of arbeidsongeschiktheid ten gevolge, zal niet meer zonder gevolg kunnen worden geklasseerd om opportuniteitsredenen, tenzij in uitzonderlijke omstandigheden en na overleg met de gespecialiseerde referentiemagistraat op het niveau van het parket-generaal die nu al in elk ressort de naleving van deze omzendbrief bewaakt.

Lik-op-stukbeleid


Het Openbaar Ministerie zet met deze bijkomende richtlijnen ook extra in op onmiddellijke bestraffing. Zo voorzag de omzendbrief reeds dat de zaak ook bij feiten van fysiek geweld die hebben geleid tot een arbeidsongeschiktheid van 4 maanden of minder, of fysiek geweld zonder arbeidsongeschiktheid, of weerspannigheid, smaad en bedreigingen, aan de rechtbank zal worden voorgelegd wanneer de feiten ernstig of repetitief zijn, of wanneer de dader geen medewerking verleent aan de maatregel die aanvankelijk door de magistraat werd vooropgesteld.

Daar wordt nu aan toegevoegd dat in die gevallen de zaak bij voorkeur bij de rechtbank aangebracht wordt met toepassing van het snelrecht.

Bovendien zal een dossier lastens een verdachte van opzettelijke slagen of verwondingen op politieambtenaren met ziekte of arbeidsongeschiktheid ten gevolge, niet meer zonder gevolg kunnen worden geklasseerd om opportuniteitsredenen, tenzij in uitzonderlijke omstandigheden en na overleg met de gespecialiseerde referentiemagistraat op het niveau van het parket-generaal die nu al in elk ressort de naleving van deze omzendbrief bewaakt.

Nog vragen ?